Jongvolwassenen en gokken: waarom de jongste spelers het grootste risico lopen

Een groep die veel groter is dan haar aandeel in de bevolking
Er is een cijfer over jonge spelers dat me elke keer weer doet stilstaan, omdat het zo scheef is dat het niet anders kan dan een waarschuwing zijn. Jongvolwassenen tussen achttien en vierentwintig jaar maken slechts iets meer dan negen procent van de volwassen bevolking uit, maar ze waren in de tweede helft van 2025 verantwoordelijk voor tweeëntwintig procent van de gebruikte spelersaccounts. Die ene vergelijking vat het hele probleem samen.
Jongvolwassenen zijn in de wereld van online kansspelen sterk oververtegenwoordigd, en dat is geen detail maar een structureel gegeven met serieuze gevolgen. Een groep die nog geen tiende van de bevolking vormt, is goed voor meer dan een vijfde van de spelersactiviteit. Dat betekent dat het gokken zich onevenredig concentreert bij de mensen die er, om redenen die ik zo zal toelichten, het kwetsbaarst voor zijn. En het zijn precies deze cijfers die in de meeste teksten over wedden zorgvuldig buiten beeld blijven.
De vraag die deze scheefheid oproept, is waarom juist de jongste volwassenen zo aangetrokken worden tot het spel, en wat hen kwetsbaarder maakt dan oudere spelers. Het antwoord ligt deels in de manier waarop ze instappen, deels in de fase van het leven waarin ze zich bevinden, en deels in hoe het aanbod hen bereikt. Wie die drie lagen begrijpt, begrijpt waarom hier extra bescherming nodig is.
Sport als de deur waardoor ze binnenkomen
Als ik terugkijk naar hoe de meeste jonge spelers beginnen, zie ik vrijwel altijd hetzelfde patroon: ze komen niet binnen via het casino, maar via de sport. En dat is geen toeval, want voetbal is de natuurlijke brug tussen een onschuldige passie en het gokken.
De cijfers bevestigen dat patroon onmiskenbaar. Jongvolwassenen besteedden een groter deel van hun spel aan sportweddenschappen dan oudere spelers: in de tweede helft van 2025 behaalden de jongste spelers drieëntwintig procent van hun bruto spelresultaat via sportweddenschappen, relatief meer dan de oudere groepen. Eerder al, in de tweede helft van 2024, gaven jongvolwassenen negenentwintig procent van hun bestedingen uit aan sportweddenschappen, tegenover tweeëntwintig procent bij de overige spelers. Voor jonge mensen is wedden op voetbal dus de meest gebruikte ingang tot het gokken, en dat is logisch: ze volgen de sport toch al, ze kennen de ploegen, en een weddenschap voelt als een verlengstuk van hun betrokkenheid in plaats van als gokken.
Juist die vermomming maakt sport zo’n effectieve deur. Een jongere die nooit een gokkast zou aanraken, plaatst zonder aarzelen een weddenschap op de wedstrijd die hij toch al zou kijken, omdat het niet voelt als gokken maar als meeleven. De grens tussen fan zijn en wedder zijn vervaagt, en voordat hij het in de gaten heeft, is het kijken van een wedstrijd verbonden geraakt met het plaatsen van een inzet. Dat verband, eenmaal gelegd, is moeilijk te verbreken, en het is precies waarom de instap via sport zo’n krachtig en zorgwekkend mechanisme is.
Waarom deze leeftijd extra kwetsbaar is
De oververtegenwoordiging zou minder zorgelijk zijn als jonge spelers even goed bestand waren tegen de risico’s als oudere, maar dat zijn ze niet. Verschillende factoren maken juist deze leeftijdsfase tot de gevaarlijkste om mee te beginnen.
De hersenen van een jongvolwassene zijn nog volop in ontwikkeling, vooral de delen die met impulsbeheersing en het inschatten van risico’s te maken hebben. Dat maakt het moeilijker om de directe verleiding van een weddenschap af te wegen tegen de gevolgen op de langere termijn, en het maakt het verschijnsel van verliezen terugwinnen, het chasen, aantrekkelijker en gevaarlijker. Daar komt de levensfase bij: jonge mensen hebben vaak minder financiële buffer, minder ervaring met geldbeheer, en een grotere gevoeligheid voor wat hun leeftijdsgenoten doen. Als wedden in een vriendengroep normaal is, is de drempel om mee te doen laag en de sociale druk hoog.
Opvallend genoeg verliezen jonge spelers gemiddeld minder per account dan oudere: in de tweede helft van 2025 ging het om vierendertig euro per maand per account, tegenover drieënzeventig euro voor volwassen spelers. Dat lijkt geruststellend, maar het is misleidend. Een lager absoluut verlies weegt voor iemand met een klein inkomen en weinig buffer zwaarder dan een hoger verlies voor iemand die financieel steviger staat, en de gewoontevorming op jonge leeftijd legt de basis voor een patroon dat zich later kan verdiepen. Het echte risico zit niet in het bedrag van vandaag, maar in de gewoonte die wordt aangeleerd en die levenslang kan meegaan.
De bescherming die specifiek voor hen is opgetuigd
Omdat de risico’s voor jonge spelers groter zijn, zijn er beschermingsmaatregelen die specifiek op hen zijn gericht, en het is belangrijk om te weten dat die er zijn. De wetgever en de toezichthouder hebben de kwetsbaarheid van deze groep onderkend en er gerichte grenzen aan verbonden.
De meest concrete is de strengere stortingslimiet voor jonge spelers. Waar voor volwassen spelers een hogere grens geldt, is die voor de jongste groep bewust lager gehouden, juist omdat hun kwetsbaarheid groter is en hun buffer kleiner. Daarnaast gelden er strikte regels rond reclame die op jongeren gericht zou kunnen zijn: een aanbieder moet kunnen aantonen dat het overgrote deel van de ontvangers van zijn reclame ouder is dan vierentwintig jaar. De voorzitter van de kansspelautoriteit vatte de geest achter die regels treffend samen toen hij stelde dat als je mensen op straat zou vragen of het een goed idee is om gokreclame te plaatsen op een kindersite, niemand ja zou zeggen, en dat aanbieders dat in gedachten moeten houden bij hun marketingbeslissingen.
Tegelijk wees diezelfde toezichthouder erop dat de echte gevaren voor jongeren vooral uit de illegale hoek komen. Bij vergunninghouders vindt het gericht benaderen van minderjarigen vrijwel niet plaats, maar er zijn duidelijke signalen dat het wel gebeurt op de illegale markt, waar aanbieders geen of lage standaarden voor leeftijdsverificatie hanteren en gericht adverteren op een jonge doelgroep, bijvoorbeeld via sociale media. Dat onderstreept nogmaals waarom de keuze voor het legale circuit voor jonge spelers extra belangrijk is. Wie de strengere stortingsgrens voor jongeren beter wil begrijpen, vindt de werking daarvan in mijn stuk over het instellen van een stortingslimiet.
Een waarschuwing die de cijfers rechtvaardigen
De oververtegenwoordiging van jongvolwassenen in het gokken is geen alarmistische bangmakerij maar een feit dat de cijfers onverbiddelijk laten zien. Een groep die nog geen tiende van de bevolking vormt maar meer dan een vijfde van de spelersactiviteit voor haar rekening neemt, verdient bijzondere aandacht.
Onthoud de kern. Jonge spelers komen vooral via de sport binnen, omdat een weddenschap op voetbal aanvoelt als meeleven in plaats van gokken, en die vervaagde grens is een krachtige instap. Hun leeftijdsfase maakt hen extra kwetsbaar door een nog rijpende impulsbeheersing, een kleinere financiële buffer en gevoeligheid voor sociale druk, en het lagere verlies van vandaag verhult de gewoonte die voor het leven kan worden aangeleerd. De gerichte bescherming, van een strengere stortingsgrens tot strikte reclameregels, bestaat juist omdat dit risico reëel is. Voor wie jong is of een jong iemand kent die wedt, is de boodschap niet dat het verboden is, maar dat het de grootste aandacht en de strakste grenzen verdient die er bestaan.