De illegale gokmarkt in Nederland: het halve verhaal dat bijna niemand vertelt

Het cijfer dat het hele debat draagt
Als ik een enkel getal zou mogen kiezen dat de toestand van het Nederlandse gokbeleid samenvat, koos ik de kanalisatiegraad. En het verontrustende is hoe weinig wedders dat woord ooit hebben gehoord, terwijl het bepaalt of het hele vergunningstelsel zijn doel haalt of faalt.
Kanalisatie is de mate waarin het gokken zich binnen het legale, vergunde circuit afspeelt in plaats van bij illegale aanbieders. Het is het kerndoel van het hele stelsel dat in 2021 werd opgetuigd: de markt opende niet om gokken te bevorderen, maar om spelers die toch al gokten naar een beschermde omgeving te leiden. Slaagt die opzet, dan speelt vrijwel iedereen bij vergunde aanbieders met alle waarborgen die daarbij horen. Faalt ze, dan lekt het spel weg naar een circuit zonder enige bescherming, en dan heeft de hele operatie haar belangrijkste belofte niet waargemaakt.
Het meten van die kanalisatie kan op twee manieren, en dat onderscheid is cruciaal om de cijfers niet verkeerd te lezen. Naar het aantal spelers gemeten oogt het beeld geruststellend: ruim eenennegentig procent van de Nederlanders die gokken, doet dat uitsluitend bij legale aanbieders. Maar gemeten naar het ingezette geld kantelt het beeld volledig, en juist die tweede maatstaf onthult het probleem dat de meeste gidsen verzwijgen.
Waarom het geld een ander verhaal vertelt dan de mensen
Hier ligt de kern van het halve verhaal. De geruststelling dat meer dan negentig procent van de spelers legaal speelt, klopt, maar ze is misleidend, want spelers en geld zijn niet hetzelfde. En het verschil tussen die twee getallen vertelt precies waar het misgaat.
Naar bruto spelresultaat gemeten, het bedrag dat aanbieders overhouden nadat de prijzen zijn uitbetaald, lag de kanalisatie in de tweede helft van 2025 op drieënvijftig procent, terwijl die in de periode daarvoor nog rond de zesenvijftig procent lag. Dat betekent dat ongeveer de helft van het geld dat in Nederland wordt vergokt, buiten het legale circuit belandt. Hoe kan het dat ruim negentig procent van de spelers legaal speelt, maar slechts iets meer dan de helft van het geld? Het antwoord is even simpel als zorgwekkend: de spelers die de grootste bedragen inzetten, wijken het vaakst uit naar het illegale aanbod.
De vertegenwoordiger van de vergunde aanbieders verwoordde dit scherp: dat eenennegentig procent van de spelers uitsluitend legaal speelt is bemoedigend, maar het feit dat de omzet van de illegale markt zo hard groeit, betekent dat juist de spelers die veel geld inzetten vaker buiten het gereguleerde aanbod opereren, en dat is zorgwekkend omdat precies die spelers het meeste risico op gokproblematiek lopen. Het zijn dus niet de gelegenheidsspelers die het stelsel ondergraven, maar de zware spelers, en dat zijn nu net de mensen voor wie de bescherming van het legale circuit het hardst nodig is. Het probleem verschuift daarmee in plaats van dat het wordt opgelost.
Hoe het beleid de kanalisatie ondermijnt
Het meest paradoxale aan de dalende kanalisatie is dat ze deels het gevolg is van maatregelen die bedoeld waren om het gokken in te dammen. Goedbedoeld beleid kan een averechts effect hebben, en de afgelopen jaren leveren daarvan een leerzaam voorbeeld.
De belasting op kansspelen liep in korte tijd op van ruim dertig naar bijna achtendertig procent. De gedachte was dat dit meer inkomsten en minder gokken zou opleveren, maar de werkelijkheid was anders: de belastinginkomsten vielen ongeveer veertig miljoen euro lager uit dan begroot, en de kanalisatie daalde. Want een hogere belasting knijpt de ruimte van legale aanbieders dicht, waardoor hun quoteringen en aanbod minder aantrekkelijk worden, en dat duwt juist de prijsbewuste, hooginzettende spelers richting het illegale circuit dat zich van geen enkele heffing iets aantrekt.
De voorzitter van de kansspelautoriteit benoemde dit mechanisme onomwonden toen hij de regulator omschreef als tot op zekere hoogte een helper van de industrie, met de waarschuwing dat hoe hoger de belastingen en hoe strenger de regels, hoe moeilijker het wordt voor de vergunninghouders, en dat de uiteindelijke winnaar de zwarte markt is. Diezelfde toezichthouder waarschuwde dat losse wetswijzigingen die de samenhang in de regelgeving uithollen het legale aanbod verschralen en de aantrekkingskracht van illegale sites vergroten. Het is een ongemakkelijke boodschap, want ze laat zien dat de strijd tegen het illegale circuit niet alleen met handhaving wordt gevoerd, maar ook met de aantrekkelijkheid van het legale alternatief, en dat die twee elkaar in de weg kunnen zitten.
Waarom handhaving het probleem niet oplost
Als beleid de kanalisatie kan ondermijnen, ligt de vraag voor de hand of handhaving het gat dan dicht. Het korte antwoord is dat handhaving belangrijk is maar ontoereikend, en de cijfers over de aanpak van illegale aanbieders zijn op dat punt ontluisterend.
Over een periode van vier jaar legde de toezichthouder ongeveer zesenvijftig miljoen euro aan boetes op aan illegale aanbieders. Maar van dat bedrag is minder dan anderhalf miljoen euro daadwerkelijk geind. Dat enorme gat tussen opgelegde en geinde boetes laat het fundamentele probleem zien: illegale aanbieders opereren vaak vanuit het buitenland, buiten het bereik van de Nederlandse handhaving, en een boete die niet kan worden geind, is voor zo’n partij niet meer dan een papieren dreigement. Zolang grote technologiebedrijven bovendien advertenties van illegale aanbieders blijven toelaten, blijven die sites bereikbaar voor de Nederlandse speler, hoeveel boetes er ook op papier worden uitgedeeld.
Dat maakt de bestrijding van het illegale circuit tot een taai en grotendeels onzichtbaar gevecht, waarin de mooiste boetebedragen weinig betekenen zolang ze niet kunnen worden geind. Voor jou als individuele wedder is de praktische les helder: reken er niet op dat de overheid het illegale aanbod voor je onbereikbaar maakt. De enige bescherming waar je werkelijk op kunt bouwen, is je eigen keuze om binnen het legale circuit te blijven, want daar gelden de waarborgen die het illegale aanbod per definitie ontbeert. Hoe je zeker weet of een aanbieder echt vergund is, beschrijf ik in mijn stuk over de KSA-vergunning.
Het halve verhaal compleet maken
De illegale gokmarkt is geen randverschijnsel maar de schaduwzijde van het hele stelsel, en wie alleen het geruststellende spelerscijfer hoort, krijgt maar het halve verhaal. Het volledige beeld ontstaat pas als je naar het geld kijkt, en dat geld vertelt dat ongeveer de helft buiten de bescherming valt.
Onthoud de kern. De kanalisatie naar spelers oogt gezond, maar naar ingezet geld zakte ze naar drieënvijftig procent, omdat juist de zware spelers uitwijken naar het illegale aanbod. Goedbedoeld beleid, zoals de sterk gestegen belasting, heeft die uitstroom deels in de hand gewerkt, en handhaving stuit op de grenzen van boetes die niet kunnen worden geind. De beleidsdiscussie hierover zal nog jaren doorgaan, maar voor jou verandert ze niets aan het enige wat je zelf in de hand hebt: de keuze voor het legale circuit, waar bescherming bestaat, boven het illegale, waar ze ontbreekt. Dat is geen abstract beleidsstandpunt maar de meest concrete bescherming die je jezelf kunt bieden.